Mijngeschiedenis

De mijngeschiedenis van Limburg.

Toen André Dumont op 2 augustus 1901 in As steenkool ontdekte kon hij niet vermoeden dat meer dan 300000 mensen hun boterham verdienden in de Kempense steenkoolmijnen. Winterslag startte in 1917 tot 31 maart 1988 als eerste met kolenproductie, later volgden Beringen in 1922 tot 28 oktober 1989, Eisden 1923 tot 18 december 1987, Waterschei 1924 tot 10 september 1987, Zwartberg 1926 tot 1 oktober 1966, Zolder 1930 tot 30 september 1992, Hout-Halen 1930 -1964 fusie met Zolder.
De steenkoolmijnen moesten na de oorlog het symbool worden van de economische heropleving en Achilles Van Acker lanceerde de steenkolenslag met als aanzet de immigratie van duizenden Italiaanse, Griekse en Spaanse gastarbeiders. Op het hoogte punt van de mijnen in 1948 telden de mijnen 44000 mijnwerkers en werden in de jaren ’50 uitgeroepen tot ereburgers van het land.
Vanaf eind jaren ’50 raakte de steenkoolontginning in West Europa in diepe crisis door invoer van goedkope kool. Zolder en Hout-Halen fusioneerden in 1964, zwartberg ging dicht in januari 1964 met als “zwarte maandag 31 januari” toen er 2 doden vielen en Limburg balanceerde op de rand van een burgeroorlog. D e overige gingen samen in 1967 op in nv Kempense Steenkoolmijnen en werkten met staat steun.

In 1970 hebben wij de oliecrisis en dit bracht soelaas voor de mijnen. Maar 1n 1980 kelderden de olieprijzen en dit was de doodsteek en uitgerekend Thijl Ghijselinck, voorzitter van Shell Portugal, werd in de zomer van 1986 door de regering Martens-Gol aangetrokken om de klus te klaren. Met een enveloppe van 2,5 miljard euro moest hij de KS afbouwen. Eisden, Winterslag en Waterschei werd in 1988 stopgezet.
Het Westelijk bekken Beringen en Zolder stopte in 1992.
Symbolisch werd de laatste blok steenkool boven gehaald op 30 september 1992.
Bij de Ks gingen 18000 banen verloren en het “Toekomstcontract” lukte wonderwel maar vanaf 1990 verzande dit door politieke spanningen en immobilisme.
Ambitieuze plannen raakten niet uit de startblokken en KS?.

Intussen heeft Limburg zijn KS-trauma volledig verwerkt, misschien zit er een volgend aan te komen.

Laat ons hopen dat dit niet gebeurd.

                                                                                                                                                                     

   

 

Waterschei Thor nu KRC Genk

Als aanklacht tegen de Franstalige overheersing van het mijnbestuur werd in 1919 Waterschei's Sport Vereeniging Thor opgericht. Thor stond officieel voor 'Tot Herstel Onzer Rechten'.
Niet toevallig waren de clubkleuren geel en zwart. De politieke slogan, die de voetbalbond liever niet zag, veranderde men later naar 'Tot Heil Onzer Ribbenkast’. In 1925 sloot de club aan bij de nationale voetbalbond en kreeg stamnummer 533. In 1930 wijzigde men de naam naar Waterschei Sport Vereeniging Thor', in 1946 naar Waterschei Sportvereniging Thor. In 1951 werd dit K. Waterschei SV Thor en uiteindelijk in 1962 K. Waterschei SV Thor Genk. Dit werd vaak kortweg Thor Waterschei genoemd.

 In 1954 bereikte Waterschei voor het eerste de hoogste voetbalafdeling. In 1956 degradeerde de ploeg even, maar speelde in Tweede Klasse direct kampioen, en speelde daarna nog 5 seizoenen in Eerste. In 1961 zou de club weer degraderen naar Tweede, en zou de komende jaren zelfs 3 seizoenen in Derde Klasse verzeilen. In 1978 speelde Waterschei opnieuw kampioen in tweede, en zette een sterke periode in. De club zou 8 seizoenen onafgebroken in Eerste aantreden. De club won de Beker van België in 1980 en 1982. In 1980/81 en 1982/83 speelde Waterschei dan ook de Europese Beker voor Bekerwinnaars, waar het in 1983 na een memorabele wedstrijd thuis tegen Paris Saint-Germain de halve finale bereikte, maar verloor tegen de latere winnaar Aberdeen. In 1986 degradeerde de ploeg opnieuw naar Tweede Klasse, twee jaar later, in 1988, fuseerde Waterschei met FC Winterslag. Het stamnummer 533 van Waterschei verdween, de nieuwe club ging verder als KRC Genk met het nummer 322 van Winterslag.

Onbepaald